Ambon komt op adem
“We zijn gebruikt”, hoor je vaak zeggen. Of strijdbaarder: “We laten ons niet weer gebruiken.” De rust op Ambon lijkt weergekeerd, maar er hoeft weinig te gebeuren of oude tegenstellingen laaien weer op. Net als tussen 1999 en 2004 toen een incident tussen een reiziger en een buschauffeur leidde tot een conflict tussen moslims en christenen. Peter Faber verbleef in het kader van een internationaal jongerenprogramma van ICCO en Kerk in Actie op Ambon en schetst een beeld van het moeizame zoeken naar dialoog en gezamenlijke toekomst.
Door: Peter Faber
In een oude kerktoren hangt de was te drogen. Langs de weg, elders in de stad, staat het karkas van een moskee. Afgebrand tijdens de kerusuhan, de onlusten van 1999 tot 2004, nu overwoekerd door het onkruid. Wat begon met een ruzie tussen een buschauffeur en een reiziger die niet wilde betalen, werd in een mum van tijd een conflict tussen moslims en christenen. In sneltreinvaart verspreidden de geruchten zich. Oude vetes en gevoelens van discriminatie leefden op met als gevolg vijftienhonderd
doden en ruim tweeduizend gewonden. Tussen de 300.000 en 400.000 mensen sloegen op de vlucht. Vernielde gebedshuizen worden zelden hersteld. Het blijven gevoelige wonden die de verdeeldheid van Ambon verraden. In de wijken direct aan de baai – tijdens de conflicten ook wel de Gazastrook genoemd – wonen de moslims, heuvelopwaarts de christenen, al wonen ze soms in elkaars gebieden.
Onbeslist
De Ambonezen zijn verdeeld en weten niet hoe ze met het verleden moeten omgaan. Of misschien hebben ze geen tijd om erover na te denken. De strijd is onbeslist. “Maar”, zeggen ze, “we hebben pela en gandong.” Pela staat voor traditionele verbonden tussen twee, maar soms ook drie of meer, dorpen. Dorpen uit de pela vallen elkaar niet aan of ze vallen samen een ander dorp aan. Ze bouwen samen een kerk, moskee of dorpshuis. Pela verbindt veel dorpen waar zowel moslims als christenen wonen, al konden ze het bloedvergieten van de afgelopen jaren niet verhinderen. Ze worden nu onder het stof vandaan gehaald want de mensen zijn de conflicten zat. De achterdocht is echter nog niet weg. “Ze pikken onze banen in”, en “Kijk eens in wat voor huizen ze wonen”, klinkt het over en weer. Wie precies wat heeft aangericht tijdens de conflicten is niet helder. Ook de rol van het leger, van lokale en nationale overheden is vaag. De resultaten van een onderzoek in 2003, op initiatief van de regering ingesteld, zijn nooit openbaar gemaakt. De spanningen komen ook elders in Indonesië voor. Vorige maand vroegen christenen president Susilo Bambang Yudhoyono om bescherming, nadat radicale moslims en politieagenten hen uit hun huizen hadden verdreven. Protestanten werden in de stad Bandung belaagd omdat zij kerkdiensten hielden in woonhuizen. Volgens de protestanten wijst de overheid verzoeken voor toestemming voor hun kerkelijke activiteiten steevast af.
Muziek als middel
Het leven op Ambon gaat door. Op een uur rijden van Ambon-stad zitten in het vakantieoord Baguela Beach zo’n vijftig kinderen – tussen de acht en vijftien jaar – te drummen. Ze doen in drie groepen het ritme van de leraar na. Eerder die ochtend hadden ze theorielessen en nu mag er dan eindelijk worden gedrumd. De kinderen, voornamelijk jongens, komen uit Tial, Batu Merah en Amahusu, drie dorpen op het eiland waar nog traditionele instrumenten worden bespeeld. Een spandoek aan de muur toont het doel van de bijeenkomst ‘Versterking en Behoud van Traditionele Muziek als Middel tot Duurzame Vrede op Ambon’. De drumworkshops worden georganiseerd door Lakpesdam NU, een islamitische hulp- en onderzoeksorganisatie verbonden aan Nahdlatul Ulama (NU), gesteund met Amerikaans geld en met
ruim zestig miljoen leden een van de grootste moslimorganisaties in de wereld. NU staat voor een traditionele vorm van de islam waarbij lokale gebruiken niet afgezworen hoeven te worden en ondersteunt – vooral op Java – koranscholen, middelbare scholen en ziekenhuizen. Vijf dagen lang verblijven de staf en de kinderen in het hotel. Overdag oefenen ze en ’s avonds komen ze bij elkaar om muziek te maken. Tussen door is er ruim de tijd om te spelen. Ze zingen traditionele liederen en spelen spelletjes. Af en toe blazen ze stoom af. De meeste klachten gaan over snurkende kamergenoten en slaapproblemen. “We praten niet over vroeger”, zegt Syul, een van de teamleden. “Dat is te gevoelig. We beginnen juist bij de vrede die er al is en proberen dat via muziek een spel te verdiepen.”
Tradities
Een maand later zie ik dat de kinderen in hun dorpen hun muziek ten gehore brengen – als symbool van interreligieuze samenwerking en vergeten tradities. Ook op een grootse bijeenkomst in de dorpen! Liang en Waai, in het noorden van het eiland, blijkt traditie belangrijk te zijn. Deelnemers uit beide dorpen brengen vanaf het podium hun gezamenlijk afkomst uit dezelfde gandong in beeld. Gandong staat voor gemeenschappelijke voorouders. Al woon je in een ander dorp, we hebben hetzelfde bloed, is de teneur. Het is de broederschap van Ambon, katong basudara. De mensen staan hand in hand. In hun ogen is ook verdriet te lezen. Ze klappen. “Vergeet de komende keer niet op Said Assaga! als gouverneur te stemmen”, roept een van de dorpoudsten vanaf het podium. Assaga! is vice-gouverneur van de provincie Molukken. Hij is moslim en werkt samen met gouverneur Karel Albert Ralahalu, een christen. Dergelijke activiteiten worden dus ook politiek uitgebuit. Je kunt je afvragen in hoeverre groepen zich werkelijk met elkaar verzoenen. De kinderen zijn nog jong, maar groeien gescheiden op. Samen spreken over pijnlijke ervaringen kan niet. De organisator richt zich ook op de ontwikkeling van vrouwen. Deze publieke bijeenkomsten zullen niet direct effect hebben, maar ze brengen mensen wel even bij elkaar. Deze keer geeft een dertigtal kinderen een drumvoorstelling, met traditionele dansen, een toneelstuk over de lokale en nationale held Pattimura. En er wordt gratis samen gegeten in aanwezigheid van de gouverneur of een ander politiek boegbeeld. Ook doen ze het goed op foto’s en in rapporten voor de donor. Tijdens en net na de conflicten voorzagen talloze buitenlandse donoren de niet-gouvernementele organisaties van geld. Overal ontstonden echter kleine hulporganisaties die geld in eigen zak staken. Nu veel van deze donoren zijn vertrokken, is de geldkraan dichtgedraaid. De donoren die zijn gebleven, willen meer controle op de projecten.
Hersteld
De hoofdstad, Ambon-stad, lijkt aardig hersteld. Na de conflicten waren de religieuze en politieke centra het eerst aan de beurt voor herstel. Grote, nieuwe kerkgebouwen en moskeeën schitteren in de zon.Het kantoor van de gouverneur en het provinciekantoor zijn vanaf de andere kant van de baai duidelijk zichtbaar. Dit jaar was het herstel van de economie aan de beurt, gezien de aantallen nieuwe hotels. Het grote Bell Suisse hotel is hoger dan het gouverneurskantoor. Ook de trottoirs in de stad zijn vernieuwd. Maar ondertussen durven veel gevluchte families niet terug te gaan naar hun thuis. Hun oude huis is inmiddels bewoond door anderen. In het centrum van de stad opende de Indonesische president vorig jaar een vredesgong. “De overheid heeft dit jaar alle budget uitgegeven aan het toeristen festival Sail Banda”, zegt Abidin Wakano, directeur van het Molukse Instituut voor Interreligieuze Dialoog (LAIM) dat in 2004 vlak na de onlusten werd opgericht. “Voor ons is nu niets meer over. Wij moeten onszelf maar zien te bedruipen.” En dat terwijl contact tussen de bevolkingsgroepen zo noodzakelijk is. “De religieuze scheidslijn werkt als een tijdbom”, vervolgt Wakano. “Er hoeft maar iets te gebeuren en beide groepen staan zo weer tegen over elkaar.” In maart was dat het geval bij een conflict over de aanstelling van een decaan op een faculteit van de staatsuniversiteit. Bijna maandelijks hebben gevechten plaats tussen groepen, vaak werkloze, jongeren. In het islamitische Batu Merah vielen tijdens het wereldkampioenschap voetbal vorig jaar twee doden en brandden enkele huizen af na ruzies tussen supporters van Brazilië en Nederland.
Netwerken
Ook zogeheten live-ins en peacesermons, georganiseerd door LAIM, brengen mensen bijeen. Bij een live-in verblijven predikanten en imams enkele dagen bij elkaar in huis. Bij de peacesermon spreken religieuze leiders uit gevoelige grensgebieden over actuele thema’s. Afgelopen oktober was ik bij een interreligieuze bijeenkomst van jongeren van drie Molukse gemeenten: predikanten en imams in opleiding en leiders van religieuze jongerenorganisaties. Vooral mannen. Ze praatten over pluralisme,
tolerantie, vrede, werkloosheid en sterke drank. In sommige dorpen wordt ongehuwd ouderschap als een probleem ervaren. Toen de gespreksleider beweerde dat dit overal speelt, ontstond er enige commotie. Nog niet iedereen durft het achterste van de tong te laten zien. Als gevolg van dit soort activiteiten ontstaan netwerken van samenwerking. Juist het ontbreken van dergelijke netwerken hebben de Molukse conflicten immers uitgelokt. Dit wordt bevestigd door directeur Wakano: “Ik werd gebeld door een verontruste leider van de Raad van Moslimgeleerden. Hij had gehoord dat er in een dorp tachtig moslims gedoopt zouden worden. Ik nam contact op met de synodevoorzitter van de protestantse kerk, die ik goed ken. Het bleek niet waar te zijn. Dat kon ik de moslimleider vertellen. Zo simpel is het soms om con!icten te voorkomen.”
Peter Faber (28) studeerde theologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. In 2010 was hij via Togetthere (een internationaal jongerenprogramma van ICCO en KerkinActie) als starter Interreligieuze Dialoog verbonden aan het Moluks Instituut voor Interreligieuze Dialoog (LAIM) op Ambon, Indonesië.
Bovenstaande tekst werd eerder geplaatst in VolZin (18 februari 2011).




Hallo Peter, goed stuk en geeft processen van post-conflict gebieden vrij goed weer. Misschien eens een presentatie geven in het Moluks Museum?
groet
Raymond