Boodschap bij het einde van de Ramadan
Bij gelegenheid van het einde van de Ramadan (‘Id al-Fitr’) heeft de Pauselijke Raad voor de Interreligieuze Dialoog ook dit jaar een boodschap geschreven voor de moslimgemeenschap. De Nederlandse vertaling van deze boodschap, gemaakt door Leo van den Broek, vindt u hieronder.
Vorming van jonge christenen en moslims tot rechtvaardigheid en vrede
Dierbare moslimvrienden,
1. De viering van ‘Id al-Fitr, waarmee de maand Ramadan wordt afgesloten, biedt ons, leden van de Pauselijke Raad voor de Interreligieuze Dialoog, de vreugde u onze welgemeende groeten te doen toekomen.
Wij verheugen ons met u vanwege deze bevoorrechte tijd die u de gelegenheid biedt door vasten en andere gebruiken uw gehoorzaamheid aan God te verdiepen,een waarde die ook ons dierbaar is.
Dit is de reden waarom het ons dit jaar opportuun leek onze gemeenschappelijke aandacht te richten op de vorming van jonge christenen en moslims tot rechtvaardigheid en vrede, welke onafscheidelijk verbonden zijn met waarheid en vrijheid.
2. De taak van de opvoeding is toevertrouwd aan de maatschappij als geheel, zoals u weet, maar op de allereerste plaats en heel bijzonder is zij het werk van de ouders en met hen van de gezinnen, de scholen en universiteiten. En daarbij moeten we niet hen vergeten die verantwoordelijk zijn voor het religieus, cultureel, sociaal en economisch leven, en voor de wereld van de communicatie.
Het is een onderneming die zowel mooi is als ook moeilijk: kinderen en jonge mensen te helpen de bronnen te ontdekken en te ontwikkelen die de Schepper aan hen heeft toevertrouwd en verantwoordelijke menselijke relaties op te bouwen. Met betrekking tot de taak van de opvoeders heeft Zijne Heiligheid Benedictus XVI kortgeleden gezegd: “Om die reden hebben we vandaag meer dan ooit authentieke getuigen nodig, en geen mensen die niet meer doen dan regels en feiten uitdelen … Een getuige is iemand die als eerste zelf de weg opgaat die hij anderen voorhoudt.” (“Boodschap voor Wereldvrededag” 2012). We mogen er aan herinneren dat de jongeren ook zelf verantwoordelijk zijn voor hun opvoeding en voor hun vorming tot rechtvaardigheid en vrede.
3. Rechtvaardigheid wordt allereerst bepaald door de identiteit van de menselijke persoon, gezien in haar geheel. Zij kan niet gereduceerd worden tot een wisselende en regionaal bepaalde dimensie. We mogen niet vergeten dat gemeenschappelijk welzijn niet verkregen kan worden zonder solidariteit en broederlijke liefde! Voor gelovenden betekent echte rechtvaardigheid, beleefd in vriendschap met God, een verdieping van alle andere relaties, met zichzelf, met anderen en met de gehele schepping. Daarenboven belijden zij dat rechtvaardigheid haar oorsprong vindt in het feit dat alle mensen door God zijn geschapen en geroepen een enkele familie te worden. Een dergelijke visie op de dingen, met groot respect voor de menselijke rede en openheid voor het transcendente, is een uitdaging en uitnodiging voor alle mensen van goede wil om rechten en plichten tot harmonie te brengen.
4. In onze van leed doortrokken wereld wordt de opvoeding tot vrede van de jongeren steeds urgenter. Om onszelf daarin op een adequate manier te engageren, dienen we de ware natuur van de vrede te verstaan: ze beperkt zich niet tot het ontbreken van oorlog, of tot een evenwicht tussen tegengestelde krachten. Nee, ze is zowel een geschenk van God als ook een menselijk streven waarvoor zonder ophouden geijverd moet worden. Ze is vrucht van rechtvaardigheid en gevolg van liefde. Het is belangrijk dat gelovenden in de gemeenschappen waartoe zij behoren, altijd actief zijn in het beleven van compassie, solidariteit, samenwerking en broederschap. Zo kunnen zij daadwerkelijk bijdragen tot het aanpakken van de grote uitdagingen van vandaag: harmonieuze groei, integrale ontwikkeling, voorkoming en oplossing van conflicten, om maar enkele te noemen.
5. Ter afsluiting zouden we jonge moslims en christenen die de Boodschap lezen willen aanmoedigen waarheid en vrijheid te bevorderen en zo ware verkondigers te zijn van gerechtigheid en vrede en opbouwers van een cultuur die respect heeft voor de waardigheid en de rechten van iedere burger. Wij nodigen hen uit tot geduld en vasthoudendheid, noodzakelijk voor de verwezenlijking van deze idealen, en nooit hun toevlucht te zoeken tot compromissen, tot misleidende sluipweggetjes of tot middelen die weinig respect tonen voor de menselijke persoon.
Iedere man of vrouw, die oprecht overtuigd is van deze noodzaak zal in staat zijn samenlevingen op te bouwen waar gerechtigheid en vrede tot werkelijkheid worden.
Moge God de harten, gezinnen en gemeenschappen van hen die de wens koesteren ‘instrumenten van vrede’ te zijn, vervullen met innerlijke vrede en hoop!
Een vreugdevol Feest voor u allen!
Vaticaanstad, 3 augustus 2012
Jean-Louis Kardinaal Tauran, voorzitter
Aartsbisschop Pier Luigi Celata, secretaris
Bron: RKK/Berry van Oers




een mooie tekst. Wat mij opvalt (eind punt 3): “openheid voor het transcendente”…
Wat mij betreft had de Christelijke Kerk (en ook de Moslims)de afgelopen eeuwen daar meer van naar buiten moeten brengen. De reden dat de wereld nu zo in verwarring is, is dat men het zicht op het transcendente verloren heeft.
Geloven alleen is niet genoeg, Kerk, Moskee, waarom kon je er niet meer van maken???